September is het nieuwe hoogseizoen aan de Costa Blanca
Moraira zat in augustus voller dan Benidorm, en in september bleef de kust vrijwel net zo vol. De cijfers, en wat het hier betekent.
De cijfers over augustus zijn binnen en er staat één getal tussen dat bijna niemand had verwacht: Moraira sloot de maand af op 98,9 procent bezetting. Dat is hoger dan Benidorm, hoger dan Alicante en het hoogste van de hele provincie. En toen augustus voorbij was, gebeurde er iets wat vroeger niet gebeurde: het liep niet leeg. De hotels aan de Costa Blanca kwamen in september uit op 88,1 procent, bijna twee punten boven vorig jaar. Wie hier woont merkt dat aan de parkeerplaats bij de supermarkt. Hieronder staan de cijfers per plaats, wie er komt, en waarom de burgemeesters hier intussen om een toeristenbelasting vragen.
De cijfers van augustus, plaats voor plaats
De provinciale hotelvereniging APHA publiceert de bezetting per plaats. Voor augustus 2026 ziet die lijst er zo uit:
Moraira 98,9 procent. Playa de San Juan 96,6. El Campello 95,4. Alicante stad 95,0. Jávea 93,8. Dénia 93,4. Finestrat 93,0. Santa Pola 92,0. Guardamar del Segura 88,0. En dan zakt het: Orihuela 67,0, Algorfa 64,0, San Vicente del Raspeig 60,3.
Voor de provincie als geheel komt daar 90,6 procent uit, vier tienden boven augustus 2025 en de beste maand van het jaar. Over de hele zomer, juni tot en met augustus, ligt het gemiddelde op 88,4 procent tegen 86,8 een jaar eerder.
Het opvallendste aan die lijst is niet de kop maar de staart. De plaatsen bovenaan liggen allemaal aan zee en hebben weinig kamers; de plaatsen onderaan liggen landinwaarts. De Costa Blanca is geen bestemming maar twee bestemmingen, en het verschil tussen Moraira en Orihuela is dertig procentpunt.

Het woord dat de sector zelf gebruikt voor de bovenkant van die lijst is lleno técnico: technisch vol. Honderd procent bestaat namelijk niet. In elk hotel staan kamers leeg voor onderhoud, voor een lekkage of omdat een groep één nacht eerder vertrekt dan geboekt. Alles boven de 95 procent betekent in de praktijk dat er niets meer te verkopen viel.
Benidorm sloot de tweede helft van augustus af op 93,7 procent, tegen 92 een jaar eerder. De Costa Blanca zonder Benidorm kwam uit op 91 procent, een record voor die groep. Alicante Sur haalde 91,1.
En toen liep het niet leeg
Het patroon dat iedereen hier kent, is dat de eerste week van september de kraan dichtdraait. Duitse en Nederlandse gezinnen gaan terug voor school, de terrassen halveren en in oktober rijd je zo het dorp door.
Dat patroon klopt dit jaar niet meer. De hotels aan de Costa Blanca kwamen in september uit op 88,1 procent, bijna twee procentpunt boven dezelfde periode in 2025. Op het moment van die meting was 82,1 procent van de reserveringen al bevestigd.
Benidorm ging nog harder: voor de eerste helft van september stond 90,7 procent van de kamers geboekt. Voor de provincie als geheel werd 87,9 procent verwacht.
Om dat in verhouding te zien: 88,1 procent in september ligt maar tweeenhalf punt onder het provinciale augustuscijfer. Het verschil tussen hoogseizoen en naseizoen is geslonken tot iets wat je in een grafiek nog wel ziet, maar op straat nauwelijks.
Ook binnen Alicante zit er verschil tussen de stad en de stranden. De Playa de San Juan, iets ten noorden van het centrum, zat in juni al op 96,4 procent en in juli op 96. Dat is hoger dan de stad zelf in dezelfde maanden, en het laat zien dat de vraag zich concentreert op het water en niet op het centrum.
Alicante stad laat dezelfde lijn over het hele jaar zien. Juni 91,61 procent tegen 86,84 in 2025. Juli 93,62 tegen 89. Augustus 95,0 tegen 92,60. Elke maand beter dan het jaar ervoor, en augustus op een niveau dat de sector zelf lleno técnico noemt: technisch vol, want de laatste procenten zijn kamers in onderhoud.
Waarom Moraira en Jávea zo hoog uitkomen
Een bezetting van bijna honderd procent zegt iets over de vraag, maar net zo goed iets over het aanbod. Moraira heeft weinig hotelkamers. Jávea ook. Waar het aanbod klein is, is het sneller vol, en dat maakt een percentage minder indrukwekkend dan het lijkt.
Toch blijft het cijfer betekenisvol, om twee redenen. De eerste is dat het aanbod hier al jaren nauwelijks groeit terwijl de vraag dat wel doet. De tweede is dat het hotelcijfer alleen hotels telt. De vakantiewoningen, de appartementen en de tweede huizen die in deze hoek het grootste deel van de bedden leveren, zitten er niet in. Wie op de Montgó woont weet dat de drukte niet uit de hotels komt.
Er is nog een derde reden waarom het getal ertoe doet, en die is bestuurlijk. Gemeenten en de Generalitat sturen op hotelcijfers, want dat is wat ze meten. Als Moraira en Jávea in die statistiek tegen het plafond zitten terwijl het grootste deel van de werkelijke drukte in appartementen zit die niemand telt, dan wordt beleid gemaakt op een fractie van het probleem. Dat is precies het punt waarop de burgemeesters hier aanslaan, en waar we verderop op terugkomen.
De hotelsterren zeggen ondertussen iets over waar de groei zit. Driesterrenhotels sprongen van 86 procent in 2025 naar 91,8 in 2026. Viersterrenhotels bleven rond de 90. De onderkant van de markt groeide dus harder dan de bovenkant.
Wie er komt, en hoeveel Nederlanders dat zijn
De herkomst van de gasten verschilt sterk tussen Benidorm en de rest van de kust, en dat verklaart een deel van het verschil in seizoen.
Aan de Costa Blanca buiten Benidorm is de Spaanse markt veruit de grootste. Het Verenigd Koninkrijk levert ongeveer 10 procent, Frankrijk 3 procent, Portugal 2,9 en Nederland 2,6 procent.
In Benidorm ligt dat anders: Spanje 36,5 procent, het Verenigd Koninkrijk 32,5 procent en Portugal 13,9 procent. Bijna een derde Brits, en dat is precies de markt die niet aan Spaanse schoolvakanties vastzit en in september en oktober gewoon doorkomt.

Dat verschil in herkomst verklaart meer dan je op het eerste gezicht zou denken. Spaanse gasten reizen in blok: de laatste week van juli tot en met de eerste van september, gestuurd door schoolvakanties en door het feit dat half Madrid in augustus sluit. Britse gasten reizen het hele jaar door, met een piek die veel vlakker is. Een bestemming met een derde Britse gasten heeft dus vanzelf een langer seizoen dan een bestemming die voor twee derde op de Spaanse markt draait.
Voor Nederlanders en Belgen is 2,6 procent een klein aandeel van een groot getal. Het betekent niet dat er weinig landgenoten zijn, het betekent dat ze hier zelden in een hotel slapen. Ze komen naar het eigen appartement, naar familie of naar een huurwoning, en in die statistiek duiken ze niet op.
Het weer duwt het seizoen naar voren en naar achteren
De verklaring die in de sector het vaakst valt is de simpelste: het is in september en oktober gewoon nog zomer.
Waarnemers beschrijven het niet als een afkeer van juli en augustus, maar als een verbreding. De temperaturen die vroeger bij de kernmaanden hoorden, strekken zich nu uit over mei, juni, september en oktober. Het resultaat is een langer seizoen met dezelfde piek erin.
Dat is voor wie hier woont niet alleen goed nieuws. Een langer seizoen betekent langer druk, langer wachten bij de dokter en langer vol op de N-332. Maar het betekent ook dat personeel langer aan het werk blijft en dat meer zaken in de winter openblijven, en dat is in een kustdorp geen klein ding.
De kanttekening die dezelfde analisten erbij maken: warmte alleen verandert het model niet. De arbeids- en contractstructuur in de Spaanse horeca is star, en zolang die niet meebeweegt blijft het seizoen uitrekken zonder dat de bedrijfsvoering erop wordt ingericht.
Voller betekent niet rijker
Terwijl de bezettingscijfers records braken, publiceerde hotelvereniging HOSBEC een waarschuwing die daar haaks op lijkt te staan: meer toeristen is niet meer verdienen.
De kosten die zij noemen zijn concreet. Energie werd in Spanje tussen 2021 en 2026 46,5 procent duurder, met elektriciteit in dubbele cijfers. De lonen stegen door cao-afspraken sterker dan gebruikelijk. En op de inkoop van eieren, vlees en koffie liep de inflatie flink op.
Die kostenkant is ook de reden dat een hoog bezettingspercentage en een klagende horeca naast elkaar kunnen bestaan zonder dat iemand liegt. Een hotel dat vorig jaar 92 procent haalde en dit jaar 93,7, verkoopt anderhalf procent meer nachten. Als de energierekening in dezelfde periode met tientallen procenten is opgelopen en het personeel via de cao duurder is geworden, dan is dat anderhalve procent extra omzet allang opgegeten voordat het de boekhouding bereikt.
Daar komt de investeringsdruk bovenop. Spaanse hotels staken in het eerste halfjaar van 2026 samen 1.077 miljoen euro in hun panden. Een renovatie kost tussen de 750 en 1.500 euro per vierkante meter, en in het luxesegment meer dan het dubbele.
De rekensom is dus niet dat een vollere zomer automatisch een betere zomer is. In veel gevallen stijgen de kosten even hard als of harder dan de omzet. Dat verklaart waarom de horeca in de Marina Alta dit jaar aan de bel trok terwijl de terrassen vol zaten.
De burgemeesters willen een toeristenbelasting
Halverwege september legden de burgemeesters van de Marina Alta hun zomerbalans op tafel en stelden ze een eis die hier nieuw is: een toeristenbelasting, plus betere financiering vanuit de Generalitat.
Hun argument gaat niet over de toeristen zelf maar over de rekening. Calp heeft 28.000 inwoners en gaat in de zomer naar ruim 150.000 mensen. Het winkelcentrum Portal de la Marina in Ondara trekt 15.000 bezoekers per dag. De gemeenten moeten voor die piek personeel, vuilnisophaal, water en politie opschalen, en betalen dat uit een begroting die op het inwonertal is gebouwd.

Aan het woord waren onder anderen Rafa Carrió uit Dénia, Ana Sala uit Calp en José Ramiro uit Ondara. Calp ontvangt volgens Sala 200.000 euro per jaar van de Generalitat, wat tegenover die zomerpiek weinig voorstelt. Benidorm zou met een taks tot 26 miljoen euro per jaar kunnen innen.
Sala rekende het ook vanaf de andere kant voor: wie duizend euro uitgeeft aan een week vakantie, merkt zestien euro belasting niet. Het argument waar de burgemeesters het meest voor waarschuwen is niet economisch maar sociaal. Als de leefbaarheid voor bewoners verder onder druk komt, komt de weerstand tegen toerisme vanzelf, en dan is het te laat om nog iets te regelen.
Een toeristenbelasting is in Spanje geen gemeentelijke keuze. De bevoegdheid ligt bij de autonome regio, en de Comunitat Valenciana heeft er tot nu toe niet voor gekozen. Dat is precies waarom de burgemeesters het via een gezamenlijke verklaring spelen: ze kunnen hem niet zelf invoeren, alleen erom vragen.
Ze noemden ook het woningprobleem: in de zorg gaat een groot deel van het salaris op aan huur, en personeel vinden wordt daardoor moeilijker.
Wat dit betekent als je hier woont
Praktisch verschuift er iets in je eigen jaarindeling, en het is de moeite waard dat bewust te doen.
De oude regel was: wacht tot half september en je hebt het strand voor jezelf. Die regel is niet meer waar. Bij 88 procent bezetting in september is het op de Granadella en in de Portitxol nog steeds zoeken naar een plek, en staat er in het weekend gewoon een rij voor de slagboom.
Hetzelfde geldt voor alles waar je normaal in september mee wachtte. De tandarts, de garage, de schilder: de agenda’s van lokale bedrijven lopen twee maanden langer vol dan tien jaar geleden, simpelweg omdat hun klanten er nog zijn. Wie iets gepland wil hebben voor de kerst, belt in deze hoek beter in oktober dan in november.
De nieuwe rustige maanden liggen verderop. November, januari en februari zijn de maanden waarin de kust weer van de bewoners is. Wie een restaurant wil zonder reservering of een wandeling over de Cap de Sant Antoni zonder tegenliggers, plant dat nu daar.
De schoolrit is het tweede dat je merkt. Zolang de kust vol zit, staat de N-332 tussen Jávea en Dénia in de ochtendspits vast op momenten waarop dat vroeger voorbij was. Wie kinderen naar school brengt en daarna doorrijdt naar Ondara of Gata, rekent in september en oktober beter op de zomerse reistijd dan op de winterse.
Voor wie verhuurt werkt het andersom: het verhuurseizoen is twee maanden langer geworden dan tien jaar geleden. Dat is een ander rendement en een ander onderhoudsschema.
En een praktische: als je in september of oktober bezoek verwacht en ze willen in een hotel, boek dat. De tijd dat je in deze maanden zomaar ergens binnenliep is voorbij.
Wat oktober gaat doen
Over oktober 2026 zijn er op het moment van schrijven nog geen bezettingscijfers. Wat er wel is, is het beeld van vorig jaar, en dat is genuanceerder dan de zomercijfers.
In oktober 2025 had Benidorm 86,4 procent van de bedden geboekt voor de eerste helft van de maand. De Costa Blanca kwam uit op 77 procent, zes punten minder dan het jaar daarvoor. Het verlengde seizoen werkte dus wel door, maar met minder kracht dan in augustus en september.
Dat is het patroon om in de gaten te houden. Benidorm houdt zijn bezetting het hele najaar vast, onder meer door het Imserso-programma dat Spaanse senioren buiten het seizoen naar de kust brengt. De kleinere plaatsen in de Marina Alta zakken sneller terug, omdat hun gasten vaker een eigen woning hebben en niet aan een hotelprogramma hangen.
Er speelt in het najaar nog iets mee wat je op de cijfers niet ziet maar op straat wel: het weer is dan onvoorspelbaar. Oktober is aan deze kust de natste maand, met de kans op een gota fría die in een dag meer regen brengt dan de hele zomer bij elkaar. Een bezettingsprognose van 80 procent voor oktober is daarom een fragieler getal dan 90 procent voor augustus: er hoeft maar één weekend uit te vallen.
Met andere woorden: de verschuiving die je in september ziet, is echt, maar hij is niet overal even sterk. In Benidorm is het naseizoen een seizoen geworden. In Moraira is het nog steeds een naseizoen.
Veelgestelde vragen
Welke plaats zat in augustus het volst? Moraira, met 98,9 procent. Daarna Playa de San Juan met 96,6 en El Campello met 95,4.
Hoe vol was de provincie in augustus? 90,6 procent, vier tienden boven augustus 2025 en de beste maand van 2026.
En in september? De Costa Blanca kwam uit op 88,1 procent, bijna twee punten boven 2025. Voor de provincie werd 87,9 procent verwacht.
Hoe zat Benidorm erbij? 93,7 procent in de tweede helft van augustus en 90,7 procent geboekt voor de eerste helft van september.
Waar komen de gasten vandaan? Aan de Costa Blanca buiten Benidorm is Spanje veruit de grootste markt, met het VK op ongeveer 10 procent, Frankrijk 3, Portugal 2,9 en Nederland 2,6. In Benidorm is een derde van de gasten Brits.
Betekent vol ook winstgevend? Niet automatisch. HOSBEC wijst op energie die tussen 2021 en 2026 46,5 procent duurder werd, op cao-loonstijgingen en op inflatie in de inkoop.
Komt er een toeristenbelasting? De burgemeesters van de Marina Alta vragen erom, maar besloten is er niets. Het is een bevoegdheid die bij de Generalitat ligt.
Wanneer is het hier nog rustig? November, januari en februari. September en oktober zijn dat niet meer.
Waar komen deze cijfers vandaan? Van APHA, de provinciale hotelvereniging van Alicante, en van HOSBEC via BigDataHOSBEC.
Beeldverantwoording
- De Playa de Levante in Benidorm, vol tot aan de waterlijn: foto Diego Delso via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0. Archiefbeeld.
- Het Postiguet in Alicante onder de burcht van Santa Bárbara: foto kallerna via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. Archiefbeeld.
- Moraira gezien vanaf het auditorium van Teulada: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
- De Carrer del Marqués de Campo in Dénia: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

LEONIE