De mooiste stranden en calas van Jávea
Acht officiële stranden, wat er per baai klopt en het parkeerregime van de zomer.
Jávea heeft één zandstrand en zeven andere plekken om het water in te gaan. Dat klinkt als een tekort en is het niet: juist doordat de rest rots en kiezel is, kun je hier tien meter ver naar beneden kijken. Wat wel telt, is dat je weet welke baai bij je past, en vooral hoe je er in de zomer komt zonder voor een gesloten slagboom te staan. Dit is de hele kust op een rij, met de regels erbij.
Wat je over deze kust moet weten
Begin met de bodem, want daar volgt de rest uit. De kust van Jávea bestaat grotendeels uit kalksteen: vlakke rotsbanken, kiezelbaaien en kliffen. Zand is de uitzondering, niet de regel.
Dat heeft één groot voordeel. Een zandstrand wordt bij elke golf opnieuw troebel; rots niet. Daarom is het water hier op een gemiddelde dag helder tot tien of vijftien meter, en dat is voor de Middellandse Zee dicht bij de kust uitzonderlijk.
Het nadeel merk je aan je voeten. Kiezels zijn heet in de zon, rond en glad in het water, en er zitten zee-egels tussen de rotsen. Waterschoenen zijn hier geen overdreven voorzorg maar standaarduitrusting, ook voor volwassenen die zichzelf taai vinden.
En een derde gevolg: op de meeste baaien lig je niet op een handdoek maar op kiezels of op steen. Neem een matje mee, of accepteer dat je na een uur verlegen gaat zitten.
De acht officiële stranden
De gemeente noemt er acht, en die lijst is handiger dan de lijstjes die je elders ziet, omdat hij precies aangeeft wat als strand wordt onderhouden.
Van noord naar zuid: La Grava bij de haven, het Primer Muntanyar (ook Benissero genoemd), El Arenal, het Segon Muntanyar, Cala Blanca, Cala Sardinera, Cala Barraca (ook Portitxol) en Cala Granadella.
Wat opvalt is wat er niet op staat. De Cala Ambolo, die op half internet nog als geheime parel wordt aangeprezen, ontbreekt. Dat is geen vergetelheid; daar komen we in een aparte sectie op terug.
Daarnaast liggen er kleine inhammen die geen officiële status hebben maar wel bestaan, zoals de Cala del Tangó en de Cala del Francés. Die bereik je te voet, er zijn geen voorzieningen, en dat is precies waarom ze rustig zijn.
El Arenal: het enige zandstrand
Als je met kleine kinderen komt, of als je gewoon op zand wilt liggen, is dit het antwoord. El Arenal is het enige echte zandstrand van de gemeente, met een boulevard erachter vol terrassen en strandtenten.
Het water loopt geleidelijk af, er is in het seizoen toezicht, en alles wat je nodig hebt staat binnen honderd meter. Dat maakt het het drukste strand van Jávea, en in augustus is dat ook precies wat je krijgt.
De beste momenten zijn voor elf uur en na vijf uur. Niet alleen vanwege de drukte: midden op de dag is de boulevard een file van mensen met parasols.
Parkeren is hier het minste probleem van de hele kust, en dat maakt het Arenal ook het logische vertrekpunt als je met de bus of te voet naar de rest wilt.
La Grava en de twee Muntanyars
La Grava ligt direct naast de haven. Kiezel, rustig water door de havendam, en het enige strand waar je na het zwemmen zo een terras op loopt waar de vis van diezelfde middag op de kaart staat. Hoe dat werkt, staat in de gids over de lonja.
Het Primer Muntanyar, ook Benissero, is geen strand in de gebruikelijke zin maar een lange, vlakke rotsbank langs de weg. Je legt je handdoek op steen en stapt via een trapje of gewoon vanaf de rand het water in. Weinig schaduw, weinig voorzieningen, veel rust.
Het Segon Muntanyar is hetzelfde principe, aan de zuidkant van het Arenal. Wie het Arenal te druk vindt, loopt hier tien minuten naartoe en heeft helderder water en de helft van de mensen.
Voor alle drie geldt: dit zijn de plekken waar de lokale bevolking zwemt. Dat is meestal een goed teken en in dit geval ook een praktisch advies.
Cala Blanca en Cala Sardinera
Cala Blanca dankt zijn naam aan de witte kalksteen eromheen. Het is een kleine baai met kiezels en rotsplateaus, en het is een van de betere snorkelplekken binnen loopafstand van bebouwing.
Cala Sardinera ligt aan de oostkant van de kaap Cap Prim en is alleen te voet bereikbaar. Dat filtert vanzelf: je deelt hem met de mensen die de moeite hebben genomen om er tien minuten voor te lopen.
De route ernaartoe is de SL-CV 98 vanaf het uitzichtpunt bij het kruis van Portitxol, ongeveer een kilometer enkele reis en met kinderen te doen. Die route staat met de andere in de wandelgids.
Neem eten en drinken mee. Op geen van beide is iets te koop, en op de Sardinera is ook geen schaduw behalve wat de rotswand toevallig geeft.
Portitxol of Cala Barraca
Dit is de baai met de witte vissershuisjes en het eiland ervoor, en voor veel mensen het mooiste plekje van Jávea. Kiezel, helder water, en een handvol restaurants aan de rand.
Het is ook een van de twee baaien met geregelde toegang in de zomer. Er zijn 59 parkeerplaatsen aan de Calle Barraca, en als die vol zijn gaat de slagboom dicht. De details staan in de volgende sectie.
Eén ding dat je nergens anders leest en dat hier het verschil maakt: er rijdt geen openbaar vervoer naar de Barraca. De pendelbus die in de zomer rijdt, gaat naar de Granadella. Kom je hier met de auto en is het vol, dan is er geen plan B behalve wachten of omkeren.
Het eiland voor de kust en de rotsen aan weerszijden maken dit tegelijk een van de beste snorkelplekken van de gemeente. Wat je onder water ziet en wat er mag, staat in de snorkelgids.
De Granadella
De bekendste baai van Jávea, en de enige die je op ansichtkaarten terugziet: witte kiezels die steil aflopen in diep, helder water, aan twee kanten afgesloten door rotspunten.
Omdat hij zo bekend is, heeft hij ook de meeste regels. Hetzelfde toegangsregime als de Barraca, maar met 130 parkeerplaatsen aan de Calle Pic Tort en wél een pendelbus.
We hebben er een aparte gids over, met de voorzieningen, de beste tijden en wat er onder water te zien is. Hier beperken we ons tot de praktische kant, want die is voor iedereen hetzelfde.
Wie liever loopt dan ligt: vanaf de Granadella vertrekt de zwaarste wandelroute van de gemeente, de PR-CV 354, 13,30 kilometer met 430 hoogtemeters.
Parkeren en toegang in de zomer
Dit is het praktische hart van dit stuk. De Granadella en de Barraca-Portitxol hebben in de zomer een geregelde toegang, en wie dat niet weet, rijdt voor niets.
Slagboom. Van 2 juni tot en met 13 september dagelijks. Bij een volle parkeerplaats gaat de slagboom dicht en kom je er niet in.
Betaald parkeren. Van 2 juni tot en met 6 september dagelijks, en van 7 tot en met 27 september op weekenden en feestdagen. Tussen 09:00 en 19:00. Het tarief is 9 euro per voertuig per dag.
Capaciteit. Granadella 130 plaatsen aan de Calle Pic Tort, Barraca-Portitxol 59 plaatsen aan de Calle Barraca. Dat is weinig, en dat verklaart waarom het er rond elf uur ’s ochtends vol staat.
Betalen. Twee automaten per baai, contant of met kaart, of via de app ElParking.
Pendelbus. 6 euro retour voor volwassenen, 4 euro voor kinderen onder de twaalf. Die rijdt naar de Granadella; naar de Barraca is er geen openbaar vervoer.
Vrijgesteld. Motoren en voertuigen voor mensen met beperkte mobiliteit betalen niet, maar moeten wel op de aangewezen plekken staan.
De data verschuiven elk jaar een beetje. De cijfers hierboven zijn die van 2026; controleer ze op de site van de gemeente voordat je in juni de auto pakt.
Cala Ambolo: waarom je daar niet heen gaat
Zoek op de mooiste baai van Jávea en je komt vroeg of laat bij de Cala Ambolo uit, met foto’s die er inderdaad spectaculair uitzien. Die baai is sinds 2007 gesloten.
De reden is steenval. De klif erboven is instabiel, en dat is geen theoretisch risico maar de directe aanleiding voor de sluiting. Er staat een metalen hek en de baai staat niet voor niets niet op de officiële lijst van de gemeente.
Het verbod geldt over land én over zee. Ook aankomen per kajak of supboard mag niet. Over land kun je door de gemeente beboet worden, over zee door de kustwacht, en in de zomer wordt er gecontroleerd.
Dat is dus geen kwestie van een bordje negeren en het risico voor jezelf nemen. Het is een boete en een baai die er al bijna twintig jaar niet meer is. Wie de sfeer van Ambolo zoekt, komt het dichtst in de buurt bij de Cala Sardinera of de Cala del Tangó.
Welk strand past bij wie
Met kleine kinderen: El Arenal. Zand, geleidelijk aflopend water, toezicht in het seizoen en alles binnen loopafstand. De rest van de kust is steen.
Om te snorkelen: Portitxol, Cala Blanca of de Granadella. Rotsbodems, helder water, en het zeereservaat bij Cap de Sant Antoni ligt vlak om de hoek.
Voor rust: de Muntanyars of de kleine inhammen zoals de Cala del Tangó. Geen voorzieningen, en juist daarom bijna nooit druk.
Voor een mooie foto en een korte wandeling: Cala Sardinera via de SL-CV 98.
Met een auto in augustus: El Arenal of de Muntanyars. De Granadella en de Barraca zijn dan een gok, tenzij je voor negen uur vertrekt of de pendelbus neemt.
En voor iedereen geldt hetzelfde seizoensadvies: mei, juni, september en oktober zijn hier beter dan juli en augustus. Het water is warm genoeg, de baaien zijn leeg en de slagbomen staan open.
Veelgestelde vragen
Heeft Jávea zandstranden? Eén: El Arenal. De andere zeven officiële stranden zijn kiezel of rots, en dat is precies waarom het water zo helder is.
Wat kost parkeren bij de Granadella? In 2026 negen euro per voertuig per dag, tussen 09:00 en 19:00, in de periode dat het betaald parkeren geldt. Er zijn 130 plaatsen; bij vol sluit de slagboom.
Kan ik met de bus naar de Granadella? Ja, er rijdt in de zomer een pendelbus, 6 euro retour voor volwassenen en 4 euro voor kinderen onder de twaalf. Naar de Barraca rijdt geen openbaar vervoer.
Mag ik naar Cala Ambolo? Nee. Gesloten sinds 2007 wegens steenval, verboden over land en over zee, ook per kajak, en er wordt beboet.
Heb ik waterschoenen nodig? Op alles behalve het Arenal wel. De bodem is steen en er zitten zee-egels tussen de rotsen.
Welk strand is het rustigst? De Muntanyars en de kleine inhammen zonder voorzieningen. Hoe minder er te koop is, hoe minder mensen.
De kust van bovenaf
Een deel van deze kust zie je beter vanaf de rand dan vanaf het water, en daar heeft de gemeente iets slims mee gedaan: een route langs vijftien uitzichtpunten, van de Cap de Sant Antoni in het noorden tot boven de Granadella in het zuiden.
Dat is om drie redenen nuttig. Het is de manier om in twee uur te zien welke baai je aanspreekt voordat je er met een koeltas naartoe rijdt. Het werkt op dagen dat de slagbomen dicht zijn. En het is de enige legale manier om de Ambolo te zien, namelijk van boven.
De meeste punten zijn met de auto bereikbaar, een paar hebben een pad van een paar honderd meter. Combineer het met de korte wandelroutes: rijd naar een punt, loop het paadje, rijd door.
Wat je van bovenaf ook ziet, is waarom het water hier helder is. De donkere velden onder het oppervlak zijn zeegras, geen rotsen. Dat gras houdt het sediment vast, en vanaf de Cap de Sant Antoni ligt sinds 1993 een zeereservaat waar niet gevist mag worden. Die twee dingen samen verklaren het zicht dat je op de foto’s ziet.
Beeldverantwoording
- De Cala del Tangó: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
- De rotsbank van het Muntanyar met de baai erachter: foto Juan Emilio Prades Bel via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
- De Cala del Francés aan de voet van de kliffen: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
- De punt van het Arenal, met de boulevard en de kaap erachter: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

MILO SCHUIJT