De Cala Sardinera bij Xàbia bij zonsondergang, met de Montgó aan de overkant van de baai
BESTEMMINGEN

Wandelen in Jávea: de mooiste kustroutes

Vijftien gemarkeerde routes, van een half uur met kinderen tot vier uur klimmen.

Milo Schuijt MILO SCHUIJT · 18 september 2026 · 13 min leestijd
ADVERTENTIERUIMTE728 x 90

Jávea heeft ongeveer vijftien gemarkeerde wandelroutes en bijna 45 kilometer pad, en dat op een gemeente die je in twintig minuten doorrijdt. De reden is de vorm van de kust: twee kapen die de baai insluiten, daartussen kliffen, en daarachter een berg. Dit is welke route bij je past, hoe lang hij echt duurt en welke twee dingen je vooraf moet regelen.

Wat Jávea te bieden heeft, en hoe het is ingedeeld

De routes hier vallen in twee soorten, en het scheelt veel als je dat vooraf weet. Er zijn de SL-routes, senderos locales, met een groen-witte markering. Die zijn kort, laag en meestal binnen het uur te doen. En er zijn de PR-routes, senderos de pequeño recorrido, met een geel-witte markering. Die zijn lang, stevig en vragen een halve dag.

Voor de meeste bezoekers zijn de SL-routes de interessantste. Ze brengen je in een half uur naar plekken waar de kust op zijn mooist is, zonder dat je een berg op moet. De twee PR-routes van Jávea zijn een ander verhaal: die van de Granadella is dertien kilometer met vierhonderddertig hoogtemeters, en die van de haven loopt door naar de Montgó.

Wat alle routes gemeen hebben, is dat ze over kalksteen gaan. Dat is mooi en het is glad. Waar het pad over de kale rots loopt, moet je op je schoenen letten en niet op het uitzicht. Dat klinkt streng, maar het is de meest voorkomende oorzaak van een verzwikte enkel op deze kust.

En er is nog een indeling die niemand op een bordje zet: de routes aan de zuidkant, rond Cap Prim en de Granadella, en de routes aan de noordkant, rond de Cap de Sant Antoni. De zuidkant is kust met baaien. De noordkant is klif met vuurtoren. Wie een week heeft, doet beide.

De klassieker: Cap Prim en Cala Sardinera

Als je er maar één doet, doe dan deze. De SL-CV 98 begint bij de Mirador de la Creu del Portitxol, het kruis op de kaap, en is ongeveer een kilometer enkele reis. De moeilijkheidsgraad is laag en hij is geschikt om met kinderen te lopen. Wie na afloop het dorp en de haven wil zien: dat staat in ons overzicht van Jávea.

Je loopt naar Cap Prim, in het Spaans ook Cap de Sant Martí, het smalle uiteinde van de zuidelijke kaap. Onderweg ligt de Cala Sardinera, een kiezelbaaitje aan de oostkant. Vanaf het pad zie je het rif Els Pallers in het water liggen.

De baai is zwemwaardig, maar neem waterschoenen mee: de bodem is steen, geen zand. Dat geldt voor vrijwel elke inham op deze kust en het is precies de reden dat het water er zo helder is.

Het praktische probleem van deze route is parkeren. Bij de Creu del Portitxol is de ruimte beperkt, en in juli en augustus is die tegen tien uur ’s ochtends vol. Het alternatief is parkeren bij de Playa del Arenal en het laatste stuk lopen of met de fiets doen. Dat kost tijd maar bespaart een rondje zoeken.

Wie na afloop het water in wil met een masker: de baaien hier zijn ook de beste snorkelplekken van de kust. Dat staat in onze gids over snorkelen en duiken in de Marina Alta.

De kaap Cap Prim gezien vanaf de rotskust: het smalle uiteinde van de zuidelijke kaap

Cala Barraca en de ermita van Santa Llúcia

Twee korte routes die niemand noemt en die allebei de moeite zijn.

De SL-CV 97 naar Cala Barraca is ongeveer anderhalve kilometer en makkelijk. Hij vertrekt uit dezelfde hoek als de route naar Cap Prim, dus je kunt ze combineren tot een ochtend. Cala Barraca, ook Portitxol genoemd, is de baai met de witte vissershuisjes en het eiland ervoor.

De route naar de Ermita de Santa Llúcia is 2,4 kilometer en eveneens makkelijk. Dit is de wandeling die je doet als het te warm is voor de kust of als je iets anders wilt zien dan water: een kapelletje op een heuvel, met zicht over het binnenland en de vallei.

Allebei zijn ze kort genoeg om aan het eind van de middag te doen, wat in de zomermaanden het verstandigste moment is. De zon staat dan lager, de rots is minder heet en het licht op de kust is beter dan midden op de dag.

De Cap de Sant Antoni en de molens van la Plana

De noordkant van Jávea is een ander landschap. Hier loopt de kust niet af in baaien maar in kliffen, tot honderdvijfenzeventig meter hoog, en bovenop staat sinds 1861 een vuurtoren.

Het uitzichtpunt bij de kaap ligt op honderdeenenzestig meter. Je kunt er met de auto komen, maar de wandeling vanaf de haven is het punt: die klimt door de Barranc del Tango en levert de hele weg zicht op de baai op.

Vlakbij staan Els Molins de la Plana, een rij oude windmolens op ongeveer tweehonderd meter. Die liggen op het plateau boven de kaap en zijn met de auto te bereiken, wat handig is als je de klim wilt overslaan maar het uitzicht niet.

Let op: de officiele route PR-CV 355 verbindt de Cap de Sant Antoni met de haven van Xàbia via diezelfde barranco, en loopt door richting de Montgó. Die hele route is ongeveer zestien kilometer en zwaar. Wie alleen de kaap wil zien, hoeft dat stuk niet te doen.

De vuurtoren van de Cap de Sant Antoni, gebouwd in 1861 boven kliffen tot 175 meter

PR-CV 354: de rondwandeling van de Granadella

Dit is de zwaarste route van Jávea en tegelijk de bekendste. De officiele cijfers: 13,30 kilometer, circulair, 4 uur en 15 minuten, met 430 meter stijging en dezelfde daling. Gemeente Xàbia.

Hij begint en eindigt bij de Cala Granadella, loopt over onverharde paden en betonnen stukken omhoog, en komt langs de Mirador de Llevant en de wachttoren van de Granadella. Het uitzicht over de baai is het loon voor de klim.

Vier uur en een kwartier is de officiele looptijd, en die is aan de sportieve kant. Reken op vijf uur als je stopt om te kijken, en meer als je met kinderen gaat. Dit is geen route die je er even bij doet na het strand.

Twee waarschuwingen die je nergens op een bordje ziet. De eerste: de Spaanse bergsportfederatie vermeldt bij deze route “sin controles de calidad”, wat betekent dat de markering de laatste jaren niet is gecontroleerd. Neem dus een offline kaart mee en vertrouw niet blind op verf op een steen. De tweede: er is onderweg geen water en geen schaduw waar je op kunt rekenen. In juli en augustus is dit een route voor zeven uur ’s ochtends of helemaal niet.

Het strand zelf, en waarom het zo druk is, staat in onze aparte gids over de Playa de la Granadella.

De Cova Tallada: waarom je hiervoor moet reserveren

De Cova Tallada is de zeegrot in de flank van de Montgó, tussen Dénia en Xàbia, en het is de enige wandeling in deze buurt waarvoor je vooraf iets moet regelen. Doe je dat niet, dan sta je voor niets bij de controlepost.

In 2026 is de toegang gereguleerd van 28 maart tot en met 13 april, van 28 april tot en met 5 mei, en van 15 juni tot en met 15 oktober. Buiten die periodes heb je geen vergunning nodig. Reserveren gaat via het formulier van de Generalitat Valenciana, hetzelfde systeem als bij de andere natuurparken, en dat formulier staat alleen open in de periodes waarin het nodig is.

De regeling bestaat om twee redenen: bescherming van de grot en veiligheid. Er mogen maximaal eenenzeventig mensen tegelijk in. Bij het beginpunt van het pad staan controleurs, en in de zomer wordt er streng gecontroleerd.

Belangrijk voor wie vanuit Jávea vertrekt: de toegang vanaf La Plana aan de kant van Xàbia geldt als gevaarlijk. De gebruikelijke route start bij Les Rotes, een villawijk zes kilometer ten zuiden van Dénia. Je kunt er ook per kajak of supboard komen; daar zijn aanbieders voor.

Kortom: leuk, maar niet spontaan. Regel het thuis voordat je in de auto stapt.

De Ruta dels Miradors: vijftien uitzichtpunten

Wie niet wil wandelen maar wel de kust wil zien, heeft in Jávea een alternatief dat bijna nergens anders bestaat: een route langs vijftien uitzichtpunten, de meeste met de auto bereikbaar.

Ze liggen als een ketting langs de kust, van de Cap de Sant Antoni in het noorden via de Creu del Portitxol en het Cap Negre tot de Granadella in het zuiden. Sommige zijn niets meer dan een parkeerhaven met een balustrade, andere hebben een pad van een paar honderd meter.

Dit is de beste optie voor een dag met slecht weer, met minder mobiele reisgenoten of met kleine kinderen. Je ziet in twee uur meer van de kustlijn dan met welke wandeling ook, alleen niet van dichtbij.

Combineer het met de korte SL-routes: rijd naar een uitzichtpunt, loop het pad ernaartoe, rijd door. Zo maak je van vijftien parkeerplaatsen een dagprogramma.

De baai van Xàbia met de kapen aan weerszijden: het landschap waar de routes doorheen lopen

Wanneer je gaat

Het antwoord is bijna het hele jaar, met één duidelijke uitzondering.

De beste maanden zijn oktober tot en met mei. Het is dan droog genoeg, de temperatuur is aangenaam om in te klimmen en de paden zijn rustig. Februari en maart zijn stiekem de mooiste maanden: helder zicht, bloeiende amandelbomen in het binnenland en nauwelijks andere wandelaars.

Juli en augustus zijn de uitzondering. Niet omdat het niet kan, maar omdat de combinatie van hitte, kale rots en geen schaduw de lange routes gevaarlijk maakt. Wie dan toch de Granadella-ronde wil doen, vertrekt bij zonsopgang en is voor elf uur terug. De korte kustroutes zijn in de zomer prima, mits je ze aan het eind van de middag doet.

Let ook op de wind. Bij harde oostenwind slaat het water op de rotskust en zijn de lage stukken pad nat en glad. Bij een westelijke wind is het aan de kust juist aangenaam rustig.

En kijk naar de dagen ervoor. Na een flinke bui staan er plassen in de barrancos en is de kalksteen spekglad. Twee droge dagen later is dat weer over.

Wat je meeneemt

Voor de korte routes volstaat weinig, voor de lange geldt het tegenovergestelde.

Schoenen met grip zijn het belangrijkste. Geen sandalen, geen gladde sneakers. De rots is glad en dat merk je pas op het moment dat het misgaat. Voor de baaien komen waterschoenen erbij, want de bodem is overal steen.

Water is het tweede. Op de lange routes is er niets, en de schaduw is beperkt tot een enkele den. Reken op anderhalve liter per persoon voor de Granadella-ronde, en meer als het warm is.

Neem een offline kaart. Dat is geen overdaad: bij de PR-CV 354 staat officieel dat de markering niet recent is gecontroleerd, en mobiel bereik is in de barrancos wisselend. Een gedownloade route op je telefoon is de simpelste verzekering.

En verder het gebruikelijke: zonnebrand, een pet, en je afval mee terug. Dat laatste is op deze kust geen beleefdheidsfrase; de baaitjes zijn klein en wat je laat liggen, ligt er de hele zomer.

Drie routes voor drie soorten dagen

Heb je twee uur? Doe Cap Prim vanaf de Creu del Portitxol, met een duik in de Cala Sardinera. Kort, makkelijk, en het beste uitzicht per geinvesteerde minuut van heel Jávea.

Heb je een halve dag? Doe de kaap van Sant Antoni vanaf de haven, met de molens van la Plana erbij. Klimmen zonder dat het een bergtocht wordt, en je eindigt bij de haven, waar aan het eind van de middag de visafslag opengaat.

Heb je een hele dag en goede benen? Doe de PR-CV 354 rond de Granadella. Vroeg beginnen, water mee, en reken op vijf uur met stops.

Wie liever een berg dan een kust doet: de Montgó ligt tussen Dénia en Jávea en is een heel ander soort dag, met een lange klim en een top op 753 meter. Dat is geen route om er even bij te doen. Aan de andere kant van de baai ligt bovendien de Peñón de Ifach bij Calpe, die qua zwaarte in dezelfde categorie valt.

Veelgestelde vragen

Welke route is geschikt met kinderen? De SL-CV 98 naar Cap Prim. Ongeveer een kilometer enkele reis, lage moeilijkheidsgraad en een baai aan het eind om in te zwemmen.

Heb ik voor de Cova Tallada echt een vergunning nodig? In 2026 alleen tussen 28 maart en 13 april, tussen 28 april en 5 mei, en tussen 15 juni en 15 oktober. Daarbuiten niet. Er mogen maximaal eenenzeventig mensen tegelijk in en er wordt gecontroleerd.

Hoe lang duurt de Granadella-ronde echt? Officieel vier uur en een kwartier voor 13,30 kilometer met 430 hoogtemeters. Met stops om te kijken is vijf uur realistischer.

Kan ik in de zomer wandelen? De korte kustroutes wel, aan het eind van de middag. De lange routes alleen vroeg in de ochtend, want er is geen schaduw en geen water onderweg.

Zijn de routes goed gemarkeerd? De korte SL-routes zijn duidelijk aangegeven. Bij de PR-CV 354 vermeldt de federatie zelf dat de markering niet recent is gecontroleerd; neem daar een offline kaart mee.

Waar parkeer ik? Bij de Creu del Portitxol is de ruimte beperkt en in de zomer vroeg vol. De Playa del Arenal is het ruimere alternatief, met wat extra loopwerk.

Milo Schuijt
Over de auteurMilo Schuijt

Milo Schuijt is ondernemer en dj aan de Costa Blanca. De plekken waarover hij schrijft, kent hij uit zijn eigen agenda: hij woont, werkt en draait er.

Beeldverantwoording

  • De Cala Sardinera bij zonsondergang, met de Montgó erachter: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
  • De vuurtoren van de Cap de Sant Antoni: foto Joanbanjo via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0
  • De baai van Xàbia vanaf het parador: foto Francesc Fort via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
  • De kaap Cap Prim vanaf de rotskust: foto Txo via Wikimedia Commons, CC0
ADVERTENTIERUIMTE728 x 90