De Cala del Portitxol in Xàbia met kiezelstrand, helder water en de kaap erachter
BESTEMMINGEN

Snorkelen en duiken in de Marina Alta

Waar het water het helderst is, welke regels gelden in het zeereservaat en wat je onder water tegenkomt.

Milo Schuijt MILO SCHUIJT · 16 september 2026 · 13 min leestijd
ADVERTENTIERUIMTE728 x 90

Tussen Dénia en Moraira ligt een kust die onder water interessanter is dan erboven, en dat wil wat zeggen. Rotsbodems in plaats van zand, velden zeegras die het water filteren, en sinds 1993 een zeereservaat waar niet gevist mag worden. Het resultaat is zicht dat je in Nederland nergens haalt, op tien meter van de kant. Dit is waar je heen moet, wat mag en wat niet, en wat je er ziet.

Waarom het water hier zo helder is

Er zijn drie redenen, en ze werken samen. De eerste is de bodem. Waar een zandstrand bij elke golf opnieuw troebel wordt, ligt hier rots. De kust tussen Dénia en Moraira bestaat grotendeels uit kalksteenplateaus en kiezelbaaien, en die houden het water schoon.

De tweede reden is de posidonia. Dat is geen zeewier maar een zeegras, een echte plant met wortels en bloemen, die op de zandbodems tussen de rotsen hele velden vormt. Posidonia houdt het sediment vast, produceert zuurstof en biedt onderdak aan jonge vis. Waar posidonia groeit is het water helder, en waar het verdwijnt wordt het dat niet meer. Vandaar ook dat je er niet in mag ankeren: een anker dat door zo’n veld sleept, ruimt in een uur op wat er decennia over heeft gedaan.

De derde reden is dat er nauwelijks rivieren uitmonden. Het regent hier weinig en wat er valt, verdwijnt in de kalksteen. Geen slib dus, behalve na een zware bui, en dan is het na een dag of twee weer weg.

Bij elkaar levert dat een kust op waar je op een gemiddelde zomerdag zo tien tot vijftien meter ver kijkt, en op een goede dag aanzienlijk meer. Dat is uitzonderlijk voor de Middellandse Zee dicht bij de kust.

Een snorkelaar boven een zeegrasveld: precies het soort bodem dat het water hier helder houdt

Het zeereservaat van Cap de Sant Antoni

Het stuk kust tussen Dénia en Xàbia, rond de kaap van Sant Antoni, is in 1993 beschermd. Dat is het hart van het verhaal: zonder die bescherming zou dit gewoon een mooie kust zijn, met bescherming is het een van de weinige plekken aan deze kust waar je nog grote vis ziet.

Er liggen twee beschermingsvormen over elkaar. Een natuurlijk zeereservaat en een zeereservaat van visserijbelang. Voor jou als snorkelaar of duiker maakt dat verschil vooral uit in wat er verboden is: in het visserijgedeelte is elke vorm van sportvisserij uitgesloten, net als jetski’s en gemotoriseerde watersport.

Wat dat oplevert, merk je meteen. In beschermde stukken Middellandse Zee komen soorten terug die daarbuiten zijn weggevist, en die worden er ook groter. Je hoeft geen bioloog te zijn om het verschil te zien tussen een baai waar gevist mag worden en een baai waar dat al dertig jaar niet meer mag.

Belangrijk om te weten: de bescherming geldt onder water, niet op het strand. Je mag er gewoon zwemmen en zonnen. Het gaat om wat je meeneemt en waar je met een boot komt.

De regels: snorkelen mag, duiken met flessen niet zomaar

Dit is het onderdeel waar de meeste mensen over struikelen, en het onderscheid is scherper dan je zou denken.

Snorkelen en vrijduiken mogen. Met masker, snorkel en vinnen kun je gewoon het water in, ook in het reservaat. De voorwaarde is dat je je gedraagt: langzaam varen als je met een bootje komt, aanleggen aan de daarvoor bestemde boeien in plaats van ankeren, en niets meenemen.

Duiken met flessen mag alleen met toestemming vooraf. Dat is geen formaliteit die je ter plekke regelt. De aanvraag loopt via de Dirección Territorial de Alicante van Pesca Marítima, per mail op buceoreservamarina_alicante@gva.es, en moet minimaal vijf en maximaal vijftien werkdagen van tevoren binnen zijn. Duik je via een door de Conselleria erkend duikcentrum, dan regelt dat centrum de toestemming voor je. Dat is voor de meeste mensen de makkelijkste route.

Verboden in het hele reservaat: ankeren, afval overboord, en het verzamelen van organismen, stenen en archeologische resten. Varen mag niet sneller dan zes knopen. In het visserijgedeelte komen daar sportvisserij, jetski’s, gemotoriseerde watersport en duiken zonder toestemming bovenop.

Dat verzamelverbod is breder dan mensen denken. Een mooie schelp meenemen valt eronder, een stuk drijfhout met zeepokken ook, en een kiezel voor thuis net zo goed. Laat het liggen en maak een foto.

Het bord bij de Platja les Rotes in Dénia zegt het in drie talen: aanbevolen duikzone, natuurlijk zeereservaat, respecteer flora en fauna

De beste snorkelplekken van Xàbia

Xàbia heeft de grootste keuze, en dat komt doordat de kust er uit baai na baai bestaat.

Cala del Portitxol is voor veel mensen de beste. Een kiezelbaai met de oude vissershuisjes aan de zuidkant en het eilandje Portitxol ervoor. Langs de randen van de baai loopt de rots steil het water in, en daar zit het leven. Het eilandje zelf is een serieuze overtocht en zeker geen beginnersroute, maar je hoeft er ook niet heen: de eerste dertig meter langs de rotsen leveren al genoeg op.

Cala Ambolo wordt in vrijwel elke lijst genoemd om het heldere water en het zicht. Let op de toegang: die is in het verleden herhaaldelijk afgesloten geweest vanwege steenval, dus controleer voor je gaat of de baai open is.

Granadella is de bekendste baai van Xàbia en ook een prima snorkelplek, vooral langs de rotsen aan beide zijden. Het nadeel is de drukte en het parkeren, dat in de zomer met toegangscontrole werkt. Daarover schreven we een aparte gids met de praktische kant.

Wie liever wat verder van de gebaande paden zit, kan richting Cala Moraig en Cala Baladrar, iets zuidelijker bij Benitatxell en Benissa. Dezelfde rotskust, minder mensen, en aan de zuidkant van de Marina Alta ook een stuk minder parkeergedoe.

Dénia: Les Rotes en de Cova Tallada

Ten zuiden van de haven van Dénia verandert de kust van karakter. De kilometerslange zandstranden van Les Marines houden op, en daarvoor in de plaats komt Les Rotes: een strook van rotsplateaus met kleine inhammen ertussen. Dit is de snorkelkust van Dénia, en het is er beduidend rustiger dan in Xàbia.

Het water is er helder door de posidoniavelden vlak voor de kust. Wie de hele strook afgaat, krijgt aan het eind bij Punta Negra het beste stuk: dieper water, meer structuur in de rots, en meer vis. Het gemeentebord ter plaatse markeert de zone als aanbevolen duikgebied en als natuurlijk zeereservaat, met de bijbehorende regels erop.

Aan het uiteinde van diezelfde kust ligt de Cova Tallada, een grote grot die deels in de rots is uitgehakt en waar je vanaf het water in kunt zwemmen. De grot is in de zomermaanden gereguleerd met een vergunningsysteem om de drukte te beperken; ga dus niet op goed geluk, maar kijk vooraf wat er voor jouw datum geldt.

Praktisch: bij Les Rotes stap je van rotsplateaus het water in, niet van een zandstrand. Waterschoenen zijn geen luxe, en met kleine kinderen is Les Marines of het Arenal een verstandiger keuze.

De Cova Tallada is deels uit de rots gehakt; je komt er lopend of vanaf het water

Moraira: El Portet en de baaien eromheen

Moraira heeft de kleinste kustlijn van de drie, maar wel een paar plekken die de moeite waard zijn. El Portet is een bijna ronde baai met ondiep, rustig water. Dat maakt het een goede plek om kinderen te laten wennen aan een masker: je staat er lang met je voeten op de bodem en er is nauwelijks golfslag. Wie na het water iets anders wil zien: het kasteel van Moraira staat op de rots aan de zuidkant van de Platja de l’Ampolla.

Interessanter voor wie al kan snorkelen is de rand van de baai, waar de rots van de Cap d’Or het water in loopt. Daar wordt het meteen dieper en zit meer leven. Blijf wel binnen de boeien: El Portet is klein en er komen boten in en uit.

Verder naar het zuiden ligt Cala Llebeig, een baai zonder weg ernaartoe. Je loopt er in een halfuur over de klifrand heen, en juist daardoor is het er rustig. Neem water mee, want er is niets. En reken erop dat de terugweg omhoog gaat.

De Platja de l’Ampolla bij het kasteel is vooral een zwemstrand en minder interessant onder water; het is er zandig en druk. Leuk voor een uurtje met het gezin, niet voor het echte kijkwerk.

Duiken met flessen: wat je kunt verwachten

Snorkelen laat je de bovenste vijf meter zien. Wie dieper wil, krijgt er een ander landschap bij: de rotswanden lopen hier op sommige plekken tot ver onder het oppervlak door, met overhangen, spleten en kleine grotten waar het licht net niet komt.

Het gebied rond de kaap van Sant Antoni is de klassieke duikstek van deze kust, juist omdat het beschermd is. De duiken zijn er over het algemeen rustig: weinig stroming, zicht dat op een goede dag richting twintig meter gaat, en diepten die voor een gemiddelde gebrevetteerde duiker prima te doen zijn. Je hebt geen technische opleiding nodig om hier iets moois te zien.

Het praktische obstakel is de toestemming. Duiken met flessen in het reservaat mag alleen met een vergunning die je minstens vijf werkdagen vooraf aanvraagt. Wie hier een week is en spontaan wil duiken, komt daarmee in de knel. De oplossing is simpel: boek via een door de Conselleria erkend duikcentrum in Dénia, Xàbia of Moraira. Die centra hebben de papieren rond en nemen je mee op plekken die ze kennen.

Buiten het reservaat gelden die eisen niet, en ook daar valt genoeg te zien. Vraag bij het duikcentrum naar de stekken rond de Cap de la Nau en de baaien ten zuiden van Xàbia; welke ze kiezen hangt sterk af van de wind van die dag.

Neem je eigen brevet en logboek mee, en reken erop dat een centrum bij een eerste duik een check-dive wil doen als je een tijd niet geweest bent. Dat is geen wantrouwen maar routine.

Wat je onder water tegenkomt

Verwacht geen koraalrif. De Middellandse Zee is soberder dan de tropen, en juist daardoor moet je beter kijken. Wat je ziet is een landschap in lagen.

Op de zandbodems liggen de posidoniavelden, donkergroen tot bruin, wuivend met de deining. Daartussen zwemmen kleine scholen die beschutting zoeken. Langs de rotsranden zit het meeste leven: zeebaarzen, brasems, lipvissen in verrassende kleuren, en met geluk een octopus die zich in een spleet heeft teruggetrokken met een muurtje schelpen ervoor. Dat muurtje is het teken; het dier zelf zie je pas als je stilhangt.

In het reservaat maak je meer kans op grotere vis, simpelweg omdat die er oud mag worden. Zeebrasem, barracuda in de zomer, en heel af en toe een grote tandbaars die vanuit een spleet naar je kijkt en dan langzaam wegdraait.

Wat je niet moet aanraken: zee-egels, die zitten op de rotsen net onder het oppervlak en hun stekels breken af in je voet. Kwallen komen voor, meestal in korte periodes en afhankelijk van de wind. En raak de posidonia niet aan met je vinnen, hoe verleidelijk het ook is om er dwars overheen te scheren.

Het seizoen maakt verschil. In het voorjaar is het water kouder maar vaak helderder, en zie je meer detail op de rotsen: sponzen, zeenaaktslakken, kleine kreeftachtigen. In de nazomer is het water warmer en zitten er meer scholen jonge vis, die zich in de zeegrasvelden verzamelen.

Nog iets wat bijna iedereen ziet en bijna niemand kan plaatsen: de bruine, viltachtige bolletjes die na een storm op het strand liggen. Dat zijn geen afval en geen dierenresten, maar samengedrukte vezels van afgestorven posidoniablad, door de golven tot ballen gerold. Ze horen erbij, ze beschermen het strand tegen afslag, en gemeenten die ze weghalen halen daarmee ook hun eigen zandbuffer weg.

Uitrusting, veiligheid en de boei

Voor snorkelen heb je weinig nodig, maar de dingen die je nodig hebt, moeten wel deugen. Een masker dat lekt verpest een uur, en een goedkoop masker lekt altijd. Pas het in de winkel: hou het zonder band tegen je gezicht, adem in door je neus en laat los. Blijft het hangen, dan past het.

Vinnen zijn geen must maar schelen veel, zeker als er stroming staat. Waterschoenen wel, op deze rotskust. En een dun lycra shirt of een shorty is verstandiger dan zonnebrand op je rug: je drijft uren met je rug in de zon zonder het te merken, en dat is de meest voorkomende manier om hier verbrand te raken.

Het belangrijkste veiligheidsartikel is een drijfboei in fel oranje of geel, die je met een lijntje aan je pols of middel meetrekt. Vanaf een boot ben je met alleen een snorkel onzichtbaar; met een boei ben je van ver te zien. Dit is geen overdreven voorzichtigheid aan een kust waar in de zomer veel pleziervaart is.

Verder: kijk naar de vlag op stranden die er een hebben, ga niet alleen het water in als je het gebied niet kent, en let op aflandige wind. Die voelt op het strand aangenaam en duwt je ongemerkt de baai uit. Terugzwemmen tegen wind en golf in kost drie keer zo veel energie als de weg erheen.

Over kopen of huren: voor twee weken vakantie is een eigen masker en snorkel de moeite waard, omdat pasvorm alles bepaalt. Vinnen kun je prima huren, die nemen veel koffer in en passen ruimer. Duikcentra en strandtentjes in Xàbia en Dénia verhuren sets, en dat is ook de manier om uit te proberen of je het leuk vindt voordat je iets aanschaft.

Wil je filmen, dan geldt hetzelfde als boven water: zonder licht wordt alles op meer dan vijf meter diepte blauwgroen. Blijf dus ondiep, film met de zon in je rug en kom dichtbij in plaats van in te zoomen. En laat de camera niet je gedrag bepalen: achter een octopus aan zwemmen voor een beter beeld is precies wat je niet moet doen.

Snorkelen met kinderen

De Marina Alta is een goede plek om een kind te leren snorkelen, mits je de juiste baai kiest. De fout die de meeste ouders maken is beginnen op de mooiste plek in plaats van de rustigste.

Begin in ondiep, beschut water zonder golfslag: El Portet in Moraira is daar bijna ideaal voor, en de rustige hoek van het Arenal in Xàbia werkt ook. Laat een kind eerst staand in het water wennen aan het masker, dan aan de snorkel, en pas daarna drijvend. Dat kost een kwartier en scheelt een verpeste middag.

Neem een masker dat past. Een volwassenenmasker op een kindergezicht lekt gegarandeerd, en een lekkend masker is voor een kind van zeven het einde van het avontuur. Een zwemvest of drijfshirt geeft rust, ook bij kinderen die goed kunnen zwemmen: het scheelt inspanning en daarmee paniek.

Stel het doel laag. De eerste keer is geslaagd als ze een school kleine visjes hebben gezien, niet als ze de hele baai hebben afgelegd. Rotskusten met zee-egels vragen bovendien om waterschoenen, want die stekels vinden altijd de ene blote voet.

En hou de tijd in de gaten. Kinderen koelen sneller af dan volwassenen, ook in water van vierentwintig graden, en ze merken het pas als ze al rillen.

Wanneer je het beste gaat

Het water is het warmst en het zicht het best van juni tot en met oktober, met temperaturen tussen ongeveer 22 en 27 graden. Daarbinnen is september de beste maand: het water heeft de hele zomer opgewarmd, de wind is meestal rustig en de drukte van juli en augustus is weg. Wie in september kan, moet in september gaan.

Oktober blijft verrassend goed. Het water koelt langzamer af dan de lucht, dus terwijl de terrassen al leeglopen, zwem je nog prima. Vanaf november wordt een wetsuit echt nodig voor meer dan een korte duik.

In juli en augustus kan het, maar dan speelt drukte een grotere rol dan temperatuur. De populaire baaien zitten vol, het parkeren wordt een project en er liggen veel boten. Ga vroeg: tussen acht en tien uur ’s ochtends is het water het rustigst, het zicht het best en heb je de baai praktisch voor jezelf.

Let ook op wat er de dagen ervoor is gebeurd. Na een stevige bui of een paar dagen harde oostenwind is het zicht tijdelijk slechter. Twee rustige dagen later is het weer als vanouds. Over hoe de waterkwaliteit langs deze kust gemeten wordt schreven we een apart stuk.

Zo laat je de kust achter zoals je hem vond

Dit klinkt als een verplicht slotstukje, maar het is de reden dat er hier nog iets te zien is. Het reservaat bestaat sinds 1993 en het verschil met onbeschermde stukken kust is met het blote oog zichtbaar.

Neem niets mee. Geen schelpen, geen stenen, geen zeesterren, en al helemaal geen scherven of ander materiaal van de bodem, want dat laatste is archeologie en staat expliciet in het verbod. Voer geen vissen, hoe leuk het ook lijkt; het verandert hun gedrag en trekt soorten aan die er niet horen.

Hou afstand van dieren die op hun plek blijven. Een octopus die zich terugtrekt, een tandbaars die je aankijkt: kijken mag, aanraken niet. En wie met een bootje komt: gebruik de boeien, anker niet in het zeegras, en blijf onder de zes knopen.

Zie je iets bijzonders, zoals een schildpad of sporen op het strand, bel dan 112 en blijf op afstand. Hoe dat in de praktijk werkt beschreven we naar aanleiding van het nest dat bij Dénia uitkwam. Een deel van de nesten aan deze kust is door gewone strandgangers gevonden.

Milo Schuijt
Over de auteurMilo Schuijt

Milo Schuijt is ondernemer en dj aan de Costa Blanca. De plekken waarover hij schrijft, kent hij uit zijn eigen agenda: hij woont, werkt en draait er.

Beeldverantwoording

ADVERTENTIERUIMTE728 x 90