Guadalest bezoeken: waarom het zo druk is, en wanneer je er wel moet zijn
Tweehonderd inwoners, acht musea en een kasteel waar nauwelijks iets van over is. Plus het bezoekerscijfer dat iedereen overschrijft en dat de burgemeester zelf tegenspreekt.
Guadalest is de bestemming waar elke bus vanuit Benidorm heen rijdt, en precies daarom raden mensen het je af. Dat is zonde, want tussen elf en vier is het inderdaad onhoudbaar, maar om negen uur ’s ochtends is het een van de mooiste plekken van deze provincie. Hieronder staat wat er werkelijk te zien is, waarom het kasteel kleiner is dan je verwacht, en op welk uur je er moet zijn. En we zetten dat beroemde bezoekerscijfer recht, want het klopt waarschijnlijk niet.
Wat Guadalest is, in twee minuten
Officieel heet het El Castell de Guadalest. Het ligt in de Marina Baixa, ongeveer een half uur landinwaarts vanaf Benidorm, op zeshonderd meter hoogte.
Het dorp zit op een rotsrug, en het beroemde beeld is dat van de klokkentoren op een losse rotspunt, los van alles, met het dal eronder. Dat is geen fotografentruc: zo ligt het er echt bij, zoals op de foto hierboven.
Het historische deel is piepklein en je komt er alleen binnen door een tunnel die door de rots is uitgehakt. Daarachter liggen een plein, een handvol straatjes, de Casa Orduña, de resten van het kasteel en een rij musea.
Hoeveel mensen er wonen hangt af van welke bron je pakt: 200, 204, 240 of 250. Het blijft hoe dan ook een dorp waar je in tien minuten doorheen loopt.
Sinds 1974 is het een beschermd historisch geheel, en het staat in de lijst van Los Pueblos Más Bonitos de España. Het staat ook in onze lijst van de mooiste dorpjes en bij de beste dagtrips vanuit Alicante.
Het bezoekerscijfer dat iedereen overschrijft
Zoek op Guadalest en je leest overal hetzelfde: het meest bezochte dorp van Spanje, met twee tot twee en een half miljoen bezoekers per jaar.
Dat cijfer staat in reisgidsen, op hotelsites en in tientallen blogs. Het wordt zelden ergens aan opgehangen.
Nu het ongemakkelijke deel. In een jaarbalans noemde de burgemeester van Guadalest zelf, Joan Gadea Pons, ongeveer 700.000 bezoekers. Dat is niet een beetje minder. Dat is een derde.
Wij kiezen hier geen kant, want we hebben de meetmethode achter geen van beide getallen gezien. Maar als je leest dat tweehonderd inwoners twee miljoen gasten ontvangen, weet dan dat de gemeente zelf een veel lager getal heeft genoemd.
Wat het voor jou betekent: weinig. Ook 700.000 bezoekers op een dorp van tien minuten lopen is heel veel, en ze komen bijna allemaal tussen elf en vier. Het cijfer verandert de drukte niet, alleen hoe serieus je de rest van zo’n artikel moet nemen.
Het kasteel, en waarom er zo weinig van over is

Dit is de verwachting die het vaakst niet uitkomt. Mensen komen voor een kasteel en vinden vooral rots.
Het Castillo de San José was een moorse vesting uit de elfde eeuw, op de rots gebouwd omdat dat hier de enige logische plek was. Er is weinig van over, en dat heeft een datum.
Op 22 juni 1644 beschadigde een aardbeving de vesting zwaar. Het grootste deel van de ommuring ging toen tegen de vlakte. Daarna kwamen er nog een ontploffing in 1708 en een nieuwe aardbeving in 1748 overheen.
Wat je nu bezoekt zijn dus resten, muurfragmenten en een paar ruimtes, bóvenop een rots met uitzicht over het hele dal. En eerlijk: dat uitzicht is waarvoor je boven komt, niet de architectuur.
Je komt er binnen via de Casa Orduña, het voormalige herenhuis dat sinds 1994 het gemeentelijk museum is. Kasteel en huis zitten bij hetzelfde kaartje in, dus je loopt er hoe dan ook doorheen.
Acht musea voor tweehonderd inwoners
Dit is de echte eigenaardigheid van Guadalest, en vreemd genoeg het stuk waar reisgidsen het snelst overheen stappen.
In dat ene dorpje staan, afhankelijk van hoe je telt, acht of negen musea. Niet één streekmuseum, maar een hele rij particuliere verzamelingen naast elkaar.
De bekendste zijn de miniatuurmusea, met werk dat je alleen door een vergrootglas ziet. Daarnaast is er onder meer een museum over martelwerktuigen, een met historische voertuigen en een met kerststallen.
Ze zijn niet inbegrepen bij het kaartje voor het kasteel. Reken op ongeveer drie tot vijf euro per museum.
Wat je ermee doet: kies er vooraf één of twee uit en loop de rest voorbij. Wie alles wil zien betaalt dertig euro en heeft aan het eind geen idee meer wat hij heeft bekeken. Met kinderen werkt het miniatuurmuseum het best.
Het stuwmeer en die kleur

Onder het dorp ligt het embalse de Guadalest, en dat is voor veel mensen het beeld dat blijft hangen: turkoois water tussen dennenbossen en kale bergkammen.
Die kleur is geen filter. Hij komt doordat het water kalkdeeltjes uit de omringende kalksteen meevoert, die het licht anders verstrooien dan helder water doet.
Kijk op de foto hierboven ook even naar de witte rand langs de oevers. Dat is de waterlijn van een vollere stand. Hoe breder die band, hoe lager het meer staat, en dat wisselt per jaar en per seizoen sterk.
Zwemmen mag er niet: het is drinkwatervoorraad. Rond het meer lopen wandelpaden en er zijn een paar uitzichtpunten langs de weg waar je kunt stoppen.
Wanneer je er moet zijn

Dit is het enige deel van dit artikel dat je echt moet onthouden.
Het probleem zijn niet de bezoekers, maar hun timing. De touringcars uit Benidorm en de kustplaatsen rijden ’s ochtends uit en zijn er rond het middaguur. Tussen ongeveer elf en vier staat het dorp vol en schuifel je door de tunnel.
Ga voor tien uur. Dan is de parkeerplaats nog leeg, zijn de musea net open en heb je het uitzichtpunt voor jezelf.
Of ga na vieren. De bussen zijn dan weg, het licht is beter voor foto’s en de terrassen zijn weer van de bewoners. Let wel op de sluitingstijd van het kasteel, die in de winter vroeger ligt.
Doordeweeks boven weekend, en november tot maart boven de zomer. De foto hierboven is januari, doordeweeks: hetzelfde plein, leeg.
Combineer het niet met een strandochtend. De weg omhoog is bochtig en kost meer tijd dan de kaart suggereert.
Hoe je er komt en waar je parkeert
Met de auto rijd je vanaf de kust via Callosa d’en Sarrià omhoog. Vanaf Benidorm ben je er in ongeveer een half uur, vanaf Alicante in iets meer dan een uur.
In het historische dorp kun je niet rijden. Je parkeert onderaan of langs de weg en loopt het laatste stuk omhoog. Voor de betaalde parkeerplaats noemt een gids ongeveer twee euro voor de hele dag, maar beschouw dat als richtbedrag.
Kom je in het hoogseizoen tussen elf en vier, dan is de eerste parkeerplaats vol en sta je verderop langs de weg. Dat is nog een reden om vroeg te komen.
Er rijden excursiebussen vanaf de kustplaatsen. Wij noemen bewust geen vertrektijden: we vonden geen actuele dienstregeling die we konden controleren, en een verkeerde bustijd is erger dan geen bustijd. Vraag het bij je hotel of bij het toeristenkantoor.
Wat het kost
Kort, en met een waarschuwing erbij.
Casa Orduña plus het kasteel: ongeveer vier euro voor volwassenen en twee euro voor kinderen.
De losse musea: ongeveer drie tot vijf euro per stuk.
Parkeren: ongeveer twee euro per dag.
Het dorp zelf: gratis. Door de tunnel lopen, over het plein en naar het uitzichtpunt kost niets.
En de waarschuwing: de openingstijden lopen per bron uiteen. De ene geeft 10:15 tot 19:00 in het hoogseizoen en tot 18:00 in de winter, de andere 10:00 tot 19:00 in juli en augustus. Omdat we niet konden vaststellen welke actueel is, staat er hier geen openingstijd. Kijk het de ochtend zelf na, zeker buiten het seizoen.
Wat we niet zeker weten
Eerlijk over de randen.
Het bezoekersaantal. Twee miljoen in de gidsen, ongeveer 700.000 volgens de burgemeester. Wij hebben de telling achter geen van beide gezien.
Het inwonertal. Bronnen geven 200 tot 250. Het maakt voor je bezoek niets uit, maar het laat zien hoe los deze cijfers worden overgeschreven.
Openingstijden en prijzen. De bedragen hierboven komen uit reisgidsen van uiteenlopende ouderdom en zijn richtbedragen, geen tarieflijst.
Het aantal musea. Acht of negen, afhankelijk van wat je als museum telt en wat er op dat moment open is.
Veelgestelde vragen
Is Guadalest de moeite waard? Ja, maar alleen buiten de drukke uren. Tussen elf en vier is het dorp overvol.
Hoe laat kun je het beste gaan? Voor tien uur of na vieren, en liever doordeweeks dan in het weekend.
Hoe lang heb je nodig? Twee tot drie uur voor het dorp, het kasteel en een museum. Met het stuwmeer erbij een halve dag.
Wat kost het kasteel? Ongeveer vier euro voor volwassenen, inclusief de Casa Orduña.
Zijn de musea inbegrepen? Nee, die betaal je los, ongeveer drie tot vijf euro per museum.
Kun je in het dorp parkeren? Niet in het historische deel. Je parkeert onderaan, voor ongeveer twee euro per dag.
Waarom is er zo weinig van het kasteel over? Door de aardbeving van 22 juni 1644, en later een ontploffing in 1708 en een aardbeving in 1748.
Mag je zwemmen in het stuwmeer? Nee, het is drinkwatervoorraad.
Is het geschikt voor kinderen? Ja, maar het is klimmen en er zijn hoogtes zonder hek. Het miniatuurmuseum valt bij kinderen meestal het best.
Is het echt het meest bezochte dorp van Spanje? Dat staat overal, maar de burgemeester noemde zelf ongeveer 700.000 bezoekers in plaats van de twee miljoen die rondgaat.
Beeldverantwoording
- Guadalest op zijn rots, met de klokkentoren op de punt: foto Diego Delso via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. ARCHIEFBEELD van 21 januari 2023.
- De rots met de resten van het Castillo de San José: foto Diego Delso via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. ARCHIEFBEELD van 21 januari 2023.
- Het stuwmeer van Guadalest: foto Diego Delso via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. ARCHIEFBEELD van 21 januari 2023. De witte rand langs de oevers laat zien hoever het water gezakt was.
- De plaça de Sant Gregori, leeg: foto PiotrMig via Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0. ARCHIEFBEELD van 19 januari 2023, een doordeweekse winterdag.

MILO SCHUIJT